Oscar, 11 september 2018

Dag Johan,
Een vraag die me wat bezig houdt:

Een goede, narratief geïnspireerde manier van confronteren in begeleiding, bestaat dat?

Met vriendelijke groeten,
Oscar

Johan, 11 september 2018

Hey Oscar,
Kan je een beetje context geven: bv iets concreet waar je een confronterende gedachte of impuls bij krijgt + de vraag hoe je er iets mee zou kunnen doen?

Groetjes,
Johan

Oscar, 11 september 2018

Zeker.

Bepaalde jongeren doen in gesprekken met mij soms heel vrouwonvriendelijke uitspraken.

Of homofobe of racistische uitspraken.

Ik probeer dat dan wel wat verder te verkennen: waar komen die ideeën vandaan, hoe zien andere mensen het in hun omgeving, welke ideeën er eventueel onder zitten, …
… maar ik voel tegelijk ook sterk de neiging om mijn eigen visie daarrond in te brengen.

Ik spreek er soms over met collega’s. De meningen zijn soms uiteenlopend, al delen we wel hetzelfde gevoel dat we er wel ‘iets’ mee moeten doen.

Ga je de discussie aan? Laat je dit passeren? Verken je dat? Breng je iets in? Hoe?

Met vriendelijke groeten, 
Oscar

Johan, 11 september 2018

Oké, bedankt, Oscar. Ik ga er wat mee rondlopen.

Groetjes,
Johan

Oscar, 11 september 2018

🙂 Merci.
Met vriendelijke groeten,
Oscar

Johan, 11 september 2018

Nog 1 vraagske:

Welke hoop schuilt misschien achter de confrontatiegoesting of -neiging?

Oscar, 11 september 2018

Hm. Daar moest ik ook even mee rondlopen.

Het voelt in eerste instantie sterk aan als een impuls van ‘oneens zijn met’. De neiging om dan te willen argumenteren, discussiëren, …, waarbij de ervaring mij leert dat dit misschien niet zo zinvol is.
Maar niks zeggen is toestemmen? Of niet.

De dingen die gezegd worden door de cliënt raken aan waarden waar ik als mens voor wil staan. En dan kriebelt het om die te uiten.

Ik weet niet of het echt verbonden is met hoop naar de cliënt toe.

Misschien is er wel de vage hoop dat iets wat ik inbreng de ander kan aanzetten om na te denken over zijn eigen ideeën.

Het lijkt een impuls die ook maatschappelijk ingegeven is. Wordt er niet ergens verwacht dat je tegen dergelijke uitspraken ingaat? Er iets naast legt? De jongeren een spiegel voorhoudt?
Zo hoor ik het toch vaak op teamvergaderingen.

Met vriendelijke groeten,
Oscar

Johan, 11 september 2018

Thx, Oscar! Interessant en I can relate to it.
Ik loop verder rond (met de hond haha)

Oscar, 13 september 2018

Misschien, dacht ik al rondlopend, zou het anders aanvoelen moest ik gewoon iets kunnen delen van mijn binnenkant.

“Als ik je die dingen hoor zeggen, voel ik zelf een impuls om tegen jou in te gaan, om jou te overtuigen van het tegendeel, om …
Ik hoop dan misschien dat je daar eens over nadenkt.
Hoe is dat voor jou?
Gebeurt dat nog, dat mensen dan tegen jou in gaan?

Indien ja, wat zeggen ze dan?
Ga je zelf soms tegen mensen in? Waarvoor zou jij dat doen?”

Ik denk dat ik op zoek ben naar een rustige, verkennende, nieuwsgierige manier… van confrontatie. J

Met vriendelijke groeten,
Oscar

Johan, 13 september 2018

Dat vind ik een heel mooie benadering, Oscar.
Dat doet me denken aan iets dat Johnella Bird een keer gezegd heeft tegen me:

‘In order to de-center, you have to center first’.

Zij is voor een centeren en de-centeren en verkennen wat er gebeurt en wat dat betekent voor de betrokkenen. Ik vind dat je dat doet door je impuls te ‘bekennen’ en dan ga je over naar het verkennen hoe dat is voor de ander of hoe dat zou zijn voor de relatie tussen jullie.
Dat zouden dan spannende verkenningen kunnen worden voor jou en je gesprekspartner omdat het zo’n klus is om te praten met iemand die over iets dat er toe doet voor jou heel anders denkt/voelt.

“De mensen van mijn team zouden het liefst hebben dat jij hier buiten gaat met: ’Nu zie ik dat homo’s even goeie mensen zijn als hetero’s en ik ga nooit meer spreken tegenover homo’s alsof ze degoutant zijn want ik besef nu dat dat kwetsend is.’ Als je dat hoort, wat denk of voel je dan?”


“Als ik mijn mening over homo’s zou naar voor brengen, een heel andere mening dan de jouwe, zou je dan iets hebben à la ‘die kerel denkt dat hij beter is dan mij’?”


“Kan jij je voorstellen dat je meer in de richting zou groeien van … niet echt een fan worden van homo’s of het fantastisch vinden dat mensen zich aangetrokken kunnen voelen tot mensen van hetzelfde geslacht … Maar meer in de richting van ‘ik snap het niet echt, het zou niks voor mij zijn maar ze doen maar’, zoals je je waarschijnlijk over veel mensen voelt?
Is het moeilijk voor jou om je dat voor te stellen?
Zou je het erg vinden mocht je in die richting gaan?”


“Kan jij iets bedenken dat je zou kunnen horen of ontdekken dat jou meer in die richting zou brengen?”


“Snap jij homo’s? Wat zou je graag eens kunnen vragen aan homo mannen en vrouwen?”


“Als ik hoor dat iemand spottende dingen zegt tegen een homo-koppel dan verkrampt mijn hart en dan zit ik in met hen, dan denk ik: die moeten zich zo slecht en overstuur voelen, zo uitgesloten. Daarom kan ik uitspraken als ‘…’ niet horen zonder dat ik er iets op wil zeggen. Ik wil dan zeggen: ’Nee, zeg dat niet, dat is een vreselijk oordeel!’ Of dan ben ik bang dat zo’n mening gaat maken dat men homo’s zou gaan aanvallen. Maar hoe is dat voor jou als ik dat zeg? Voel jij je slecht als ik dat zeg? Heb jij het gevoel dat ik op je neerkijk?”


”Hoe zou ik kunnen zeggen wat ik daar van vind zonder dat jij het gevoel hebt dat ik me boven jou stel?”


“Ik heb hetzelfde als iemand zoiets zegt als ‘Marokkanen zijn …’ of ’Albanezen zijn …’ of ‘Moslims zijn …’”


“Ik wil iets zeggen over wat ik zelf denk over … maar ik ben een beetje bang dat je je aangevallen voelt door mij. Wil je me zeggen of dat inderdaad gebeurt?”


“Je moet nu van de rechtbank een aantal gesprekken hebben met iemand van ons team. Hoe zou het zijn om de gesprekken te hebben met iemand die net zo als jij denkt over homo’s? Zou dat anders zijn voor jou dan met iemand die vindt dat homo’s evenveel waard zijn als …? Wat zou makkelijker zijn voor jou om te doen? Wat zou je vrezen?”

Ik vind het wel een erg interessant thema dat je aanhaalt, Oscar.
Als je zin en tijd hebt om daar nog wat verder over uit te wisselen: ik ben geïnteresseerd. Geïnteresseerd ook in jouw ervaringen met het voorzichtig confronteren.

Groetjes,
Johan

Oscar, 17 september 2018

Blijven wandelen, Johan!
Merci voor het delen van jouw ideeën.
Ik laat dit alles even bezinken.

Met vriendelijke groeten,
Oscar

Johan, 22 september 2018

Dag Oscar,

enkele dagen geleden had ik ineens een idee. Het voelde direct heel goed maar het kan best heel stom zijn. Misschien vind je het leuk maar voor hetzelfde geld word je er misselijk van.
Ik dacht eerst: dat thema van onze email-conversatie, da’s iets voor een artikel op mijn blog. Vervolgens dacht ik: nee, de mailconversatie op zich is een artikel.
Wat denk jij daarvan?

Groetjes,
Johan

Oscar, 24 september 2018

Leuk idee om hierover iets te delen. Misschien kan ook dat terug inspiratie brengen.

Al voelt de conversatie nog een beetje als onaf. Maar misschien is dat ook wel weer oké?

Het hele thema maakt mij sowieso wel heel nieuwsgierig.

Voor mij begint het eigenlijk al met de definitie:

Wat is confronteren eigenlijk precies? (volgens google: tegenover elkaar stellen, vergelijken, in aanraking brengen, voorhouden, …)

En als ik een impuls/gedachte beken van mezelf aan de cliënt, of iets deel van mijn binnenkant, staat dat dan nog gelijk aan confronteren? Of doe ik dan iets anders?
Ik denk ondertussen dat er vele mogelijke vormen en gedaantes zijn van confronteren.

Hoe gaan begeleiders of therapeuten om met confronteren in hun begeleidingen? Door wie of wat laten ze zich hierin inspireren?
Wat zeggen verschillende stromingen daarover? Zijn hier narratief geïnspireerde inzichten rond?

Ik heb er nog lang mee rond gelopen.

Ik heb soms cliënten die omwille van zware geweldsdelicten met mij moeten komen praten. Op een bepaald moment wordt hun zaak gevonnist en weten ze hoeveel ze moeten betalen aan de slachtoffers.

Ik vind dat altijd een moeilijk onderwerp. Vaak hoor ik dan jongeren die het bedrag zo laag mogelijk willen houden. Ik probeer me dan voor te stellen hoeveel zoiets mag kosten. Het lukt me niet.

Ik denk dan soms ook aan de slachtoffers. Pop-upgedachten. Moet ik hen dan binnen brengen in het gesprek? De jongeren confronteren?

Ik las in deze thematiek ook ergens dat uit onderzoek blijkt dat de ‘beste’ confrontatie ( de meest intense, maar ook de potentieel meest helende voor slachtoffer én voor dader) de rechtstreekse is, waarbij dader en slachtoffer tot een ontmoeting overgaan.

Het zijn een aantal gedachten en zaken die ik mezelf voorneem om te bespreken met deze jongeren.  Voorzichtig. Vroeger liet ik dit vaker passeren en dat voelde niet altijd goed. 

Ik heb onderweg bedacht dat ik mezelf misschien ook wat moet bevrijden van wat schrik om te ‘confronteren.’

Voor mij voelt het steeds een beetje als balanceren op een slap koord. Het juiste evenwicht vinden.

Ik heb alvast de intentie om ermee te oefenen.

Met vriendelijke groeten, 
Oscar

Johan, 25 september 2018

Dag Oscar,

Voor mij komt de term ‘confronteren’ uit de wereld van de hulpverlening. Ik denk niet dat ik de term zelf gemakkelijk gebruik (misschien wel nooit, maar een mens moet opletten met ’nooit’). De betekenis waarmee dat hulpverlening-confronteren voor mij dan samenhangt is een kritisch confronteren vanuit een positie van beter-weten of superioriteit. De betekenissen die jij in google gevonden hebt spreken me meer aan: ze roepen voor mij de vraag op:

Hoe bereid je zoiets voor? Hoe maak je zo’n tegenover elkaar stellen of in aanraking brengen mogelijk?


Enkele jaren geleden ben ik op https://whatisessential.org gestoten, een organisatie die mensen met emotioneel geladen tegenover elkaar staande standpunten bij elkaar brengt om ze te helpen in gesprek te gaan, niet om van idee te veranderen maar om ze te helpen in dialoog te gaan, inbegrepen het opbrengen van luisteren en inleven. Ze hebben gestructureerde methodieken ontwikkeld die succesvol lijken hierin. Ik zou er graag eens iets in volgen, heb ze al gemaild maar hun aanbod is een Amerikaans aanbod. Jouw google-confronteren doet me daar aan denken.
Die schrik om te confronteren die je aanhaalt (en ik heb die ook): wat is de schrik juist?
En het evenwicht waar je het over hebt: tussen wat en wat?
De cliënten waar je het over hebt: dat roept direct een soort veroordelende energie bij me.
Ik moet ook wel denken aan hoe snel ik er vanaf wou zijn nadat ik een oude meneer had doen vallen op straat (deur van auto open en man fietst tegen deur). Afhandelen en hem liefst nooit meer tegenkomen. Of hoe bang ik was wanneer ik de man ging bezoeken die tegen mijn auto gereden was met zijn moto en die ik niet had mogen hinderen. En hoe content ik was als bleek dat hij ook ‘in fout’ was. Een energie om jezelf te beschermen.
Ik ben benieuwd naar hoe het gesprek gegaan is.

Groetjes,

Johan

PS We zien nog wel met dat artikel in welke vorm ook. Ik vind het ook een interessant thema, én een thema waar velen van ons hulpverleners mee te maken hebben, soms, en erover nadenken en spreken lijkt me niet slecht.

Oscar, 15 oktober 2018

Ik denk dat ik vooral zacht en mild wil zijn voor de jongeren.
Een manier van omgaan die ik ook mijn jongere zelf toewens, maar niet altijd gekregen heb.
Ik ben opgegroeid in een omgeving met een vrij strak moreel kompas die soms heel confronterend kon zijn.
Ik heb de ervaring dat mij dat niet echt vooruit hielp en dat het niet was wat ik toen nodig had.

Vandaar misschien mijn schrik voor bepaalde manieren van confronteren.
Tegelijk ben ik niet vrij van (ver)oordelende energieën/impulsen bij bepaalde (minimaliserende) uitspraken van jongeren.

Het is een zoektocht naar hoe ik die innerlijke dialoog toch constructief kan inzetten in begeleidingen.
Een evenwicht dus tussen zachtheid, mildheid en tegelijk ook actief/constructief inbrengen van mijn eeuwige innerlijke dialoog, inclusief soms (ver)oordelende gedachten.

Wat doe jij als je (ver)oordelende energie voelt opborrelen?

De meeste jongeren geven aan blij te zijn dat ik mijn gedachten op tafel leg. Ze begrijpen mijn bezorgdheid, ook naar het slachtoffer.
Het opent deuren om verder te spreken over ‘herstel’ en wat dat voor beide partijen kan betekenen. Ik vertel soms een aantal verhalen over de weg die andere daders-slachtoffers afgelegd hebben. Die verhalen kunnen jongeren en mezelf soms echt raken . Ze brengen een hele hoop gevoelens naar boven (kwaadheid (ook naar zichzelf), verdriet, herkenning, hoop). Gevoelens waar ik nu heel zorgzaam poog mee om te gaan. Ze mogen er zijn.
Het brengt me tot een diepere manier van communiceren over het gebeurde (waar ik toch altijd stiekem wat op hoop), al voel ik bij mezelf ook direct enige bezorgdheid rond alles wat het bij hen soms teweeg brengt.

Het zijn manieren van confronteren die toch ook wel in mijn stretch zone zitten en waar ik me niet altijd 100 procent goed bij voel.

Met vriendelijke groeten,
Oscar

Nieuwsbrief

Een mailtje na een nieuw artikel?

Schrijf je uit wanneer je wil. Powered by ConvertKit

Nieuwsbrief

Een mailtje na een nieuw artikel?

Schrijf je uit wanneer je wil. Powered by ConvertKit

Deze website gebruikt cookies. Door verder te surfen op deze website accepteer je het gebruik van cookies.  Meer info