Na meer dan 30 jaar pijn en boosheid, vond Mary de moed om tegen enkele familieleden en vrienden iets te vertellen over bepaalde, voort-durende effecten van het seksueel misbruik op haar leven. Naast ondersteunende reacties kreeg ze veel reacties als: dat het al zo lang geleden was, dat haar oom nu een oude man was, dat ze het moest kunnen opbrengen om hem te vergeven. Er werden haar boeken aangeraden over vergeving.
Deze reacties bevestigden voor Mary iets dat ze al een hele tijd had vermoed: dat ze in staat zou moeten zijn om te vergeven. Ze voelde zich beschaamd dat ze de gevoelens van woede zo lang gehad had, zeker omdat andere familieleden haar oom met gemak vergeven hadden.

Pijnlijk, hé? Die druk om te vergeven die mensen die groot onrecht ondergaan hebben soms ervaren.

Ik vond dit in een artikel over vergeving en seksueel misbruik in de kindertijd: ‘Forgiveness and child sexual abuse: A matrix of meanings’, van Alan Jenkins, Rob Hall & Maxine Joy.
[Als je het artikel wil: stuur me een mailtje]

Dit vond ik ook in dat artikel:

  • Er zitten vaak 3 componenten in het begrip ‘vergeving’:
    • Loslaten: het aanvaarden en loslaten van ongewenste gevoelens en gedachten door degene die het slachtoffer geweest is. Dit kan een belangrijk verlangen zijn van degene die overweegt om iemand te vergeven.
    • Het vergeven in de strikte zin: de schuld wordt kwijtgescholden en de dader moet geen boete meer doen.
    • Verzoening: degene die misbruikt is, is bereid om opnieuw een betekenisvolle relatie aan te gaan met de dader.

  • Mensen die slachtofferschapservaringen achter de kiezen hebben kunnen zich (meer of minder) onder druk voelen staan om te vergeven (dwz om de negatieve ervaringen los te laten, om de dader zijn schuld kwijt te schelden, en/of om opnieuw een relatie aan te gaan met de dader).

  • De dader (of de omgeving) kan in meerdere of mindere mate verwachten (eisen) vergeven te worden: dit kan variëren van ‘ze moet alles achter zich laten, mij vergeven en ze moet met me omgaan alsof het nooit gebeurd is of alsof het allemaal niets te betekenen had’ tot ‘zij moet me helemaal niet vergeven want wat ik gedaan heb is onvergeeflijk, ik snap het 100% als ze dat niet wil of kan, en ik heb geen recht meer op een relatie met haar.’

  • Een dader kan in meerdere of mindere mate in staat en bereid zijn om te leven met het besef van grote schade te hebben teweeggebracht, met het besef dat wat hij gedaan is onvergeeflijk is, dat hij dit zeker niet mag verwachten of zelfs vragen, dat hij geen recht heeft op verzoening.

Nelson Mandela

Ik was een oprecht gelovige katholieke jongen. Ik ben opgegroeid met het idee dat vergeven edel is, dat ik door te vergeven dichter bij God kwam. God was zelf de vergiffenis-kampioen. In die context zat niet-vergeven in een niet zo hoogstaand hoekje. God was zeker geen fan van rancune.
Ik ben van dat geloven vervreemd geraakt, en ik niet alleen, dus misschien speelt de katholieke vergeef-druk nu minder dan 40 of 50 jaar geleden.

Ik pik nu wel een loslaat-druk op vanuit mijn eigen psycho-werkveld. (Daar heb ik ook over geschreven in https://www.helpendegesprekken.com/ik-heb-dat-niet-verwerkt/ )
Als oprecht moderne jongen groei je nu misschien op met het idee dat het aanvaarden en loslaten van onprettige gevoelens psychologisch gezond is. Niet-vergeven is in dat licht toch een beetje zuur, het wijkt af van het pad van je ontplooien, dankbaar zijn, positief zijn, niet teveel piekeren. In dat licht is niet-vergeven een beetje falen. En jij bent er zelf het grootste slachtoffer van.
Dus toch wat loslaat-vergeef-druk?

Soms kom je een verhaal tegen over een man of een vrouw die de moordenaar van zijn zoon of dochter vergeven heeft. Je kan niet anders dan onder de indruk zijn van zo iemand. Wat een groot hart moet die man of vrouw hebben! Wat een voorbeeld.
Of denk aan een Nelson Mandela.
Plaats daar tegenover een mens die een blijvend kwalijk-nemen tot uitdrukking brengt … Die lijkt dan maar een minder mensje, met bitterheid in het kleine, benepen hartje.
Maar is dat wel zo?

Groot hart gevraagd

De laatste tijd ben ik gaan denken: om in staat te zijn om niet te vergeven, heb je een groot hart nodig, een hart dat pijnlijke ervaringen kan hebben, plus het besef dat er sprake geweest is van onrecht. Een hart dat zo’n ervaringen kan dragen en behappen, ervaringen met als ingrediënten onmacht, overweldiging, slachtofferschap. En dan nog dat besef dat bepaalde dingen niet hadden mogen gebeuren, dat iets belangrijks geschonden is.
Dàt allemaal ervaren, dat vraagt een groot, moedig, warm hart, want laat jezelf maar eens niet in de steek wanneer die dingen in jezelf woeden. Val jezelf dan maar eens niet aan. Weersta dan maar de verleiding om alles glad te strijken, te besluiten dat het misschien niet veel te betekenen had, dat je geen zelfmedelijden moet hebben, dat er mensen zijn die veel ergere dingen meegemaakt hebben, dat de dader ook maar een mens is, dat die het ook eigenlijk niet zo slecht bedoelde, of ook wel zijn redenen had, en ga zo maar door.
Blijven beseffen dat iets echt niet oké was en is, is een besef vasthouden van wat belangrijk is (en wat geschonden is).
Het blijven kwalijk nemen, is een prijs die hieraan kan kleven.

Volgens mij is dit alles een hele klus, en dan nog een waar je niet voor gekozen hebt.
Het kan een eenzame klus zijn als er geen steun is bij het ervaren wat men ervaart, en bij het niet kunnen of willen vergeven.
De klus is nog zwaarder wanneer er weinig of erkenning is voor wat er gebeurd is en de gevolgen ervan.

‘Ja maar’ – kan je argumenteren – ‘je kan toch ook beseffen dat bepaalde doens en latens fout waren en de mens die het gedaan heeft vergeven’? ‘Haat de zonde maar niet de zondaar’.
Misschien wel. En als iemand dat kan, dan gun ik hem dat. Maar ik ga die niet hoger waarderen dan iemand voor wie dat geen optie is.
Het is niet oké om mensen die te maken hebben met bittere ervaringen en een scherp besef van onrecht als bittere mensen weg te zetten.

(Hoe) (Lang) Werkt vergeving?

Vergeven, het klinkt alsof het een hele klus kan zijn om ertoe te komen, maar eens vergeven, dan is het vergeven. Zoals een geldschuld kwijtschelden. Je scheldt een schuld van 100 € kwijt en woeps, de schuld is er niet meer.

Maar stel je het volgende voor. Het is vakantie. Ik ben ergens in de Ardennen. Heerlijk weer. Vanmorgen hebben we een flinke wandeling gemaakt, met de honden. Ik heb braambessen geplukt. We hebben boven een valleitje gerust. Onze Jules blafte in antwoord op de echo van zijn eigen geblaf. Ik neem foto’s van paarse, gele, roze wilde bloemen. Onze pup rustte zijn kopje op mijn schouder. Ik denk aan pijnlijke dingen die mijn moeder gedaan heeft maar ik denk eraan gedragen door al de ervaringen die ik net schetste. En deze ervaringen roepen een mildheid op. Ik vergeef.

Een later moment. Zonder dat ik ervoor kies, liever niet, veel liever niet, komt iets op. Een akelige, koude atmosfeer, iets desolaat, eenzaam, klein, verstikkend. Dit is verbonden met mijn moeder. Ergens in mezelf ontwaar ik een blik van haar. De blik keurt af, mij, keert zich af van mij. Ik ben degene die afgekeurd wordt door zijn moeder. Afkeer. Herinneringen gaan mee trillen. Er is tegelijkertijd een besef dat ook meetrilt: ‘niet oké’. Dingen die niet oké waren. Die anders hadden moeten zijn. Ik heb dat niet verdiend. Een verwijtende energie van mij naar haar, naar de herinneringen.

Wat nu? Er was het vergeven dat ik gedaan heb toen ik me op een platform van mildheid gedragen wist, dat tijdelijk gecreëerd was door bepaalde ervaringen. En nu is er een andere doorleefde ervaring, van iets naar, met een levend besef van de bijdrage die mijn moeder daarin gehad heeft. Er is nu geen platform van mildheid. Die eerdere vergeving heeft geen invloed op mijn huidige ervaring. Mijn huidige ervaring is even terecht en van waarde als de eerdere. De daad van vergeving heeft me niet bevrijd van de pijnlijke herinneringen, van een nieuw besef van de langdurige effecten van bepaalde doens en latens, van een nieuw besef van de verantwoordelijkheid van mijn moeder.

Vergeven vrijwaart me niet van een vers pijnlijk herinneren, met alle overspoeldheid, betreuren, opstand, kwalijk nemen die daarbij kunnen komen.
Vergeven verhindert geen nieuwe inzichten in langdurige negatieve effecten van vroegere schadelijke doens en latens van een belangrijke ander, of verhindert geen nieuw inzicht in hoe fout het eigenlijk was, of een inzicht in hoe het anders had kunnen zijn. En dan moet je daar maar opnieuw mee omgaan, opnieuw ervaren hoe onrechtvaardig het geweest is en er opnieuw een positie tegenover proberen innemen. Opnieuw. Opnieuw. Opnieuw.

Een tijd geleden kon je kijken naar ‘Patrick Melrose’, een aangrijpende 5-delige serie naar de semi-autobiografische romans van Edward St Aubyn. Patrick Melrose, het hoofdpersonage, moet afrekenen met de gevolgen van het seksueel en emotioneel misbruik door zijn vader, gecombineerd met het gebrek aan zorg en bescherming door zijn moeder en van andere volwassenen die iets hadden kunnen doen.

Tegelijkertijd lag zijn verleden voor hem als een lijk dat er op wacht om gebalsemd te worden.
Edward St. Aubyn: The Patrick Melrose Novels. (eigen vertaling)

Aangrijpend want opnieuw, opnieuw, opnieuw.

Noch vergiffenis, noch wraak veranderen wat gebeurd is. Het zijn bijzaken, en vergiffenis is nog de minst aantrekkelijke want hij komt neer op collaboratie met de eigen vervolgers. Ik veronderstel dat vergeving niet het belangrijkste was in de hoofden van mensen die aan het kruis genageld werden totdat Jezus, misschien niet de eerste mens met een Christuscomplex maar dan toch de meest succesvolle, op de scene verscheen. Diegenen die ervan genoten om wreedheid toe te brengen konden vermoedelijk hun geluk nauwelijks geloven, en ze begonnen het bijgeloof te populariseren dat hun slachtoffers enkel gemoedsrust konden vinden door hen te vergeven.
Edward St. Aubyn: Some hope. (eigen vertaling)

Gedeeltelijk vergeven

Ik eindig deze beschouwingen met enkele vragen die relevant kunnen zijn in onze gesprekken met mensen die worstelen met al dan niet vergeven.

  • Wat bedoel je met ‘vergeven’?
  • Als je zou vergeven, wat zou je vergeven? En wat niet?
  • Als je gedeeltelijk zou vergeven, wat zou je vergeven? En wat niet?
  • Als je nadenkt over wat er gebeurd is, wat vind je dan eerder onvergeeflijk en wat eerder vergeeflijk? Welke effecten hoop je dat (gedeeltelijk) vergeven met zich mee zal brengen?
  • Hoe zou vergeven of gedeeltelijk vergeven jou bevrijden?
  • Hoe zou niet-vergeven jou bevrijden?
  • Heb jij ooit iets naar meegemaakt waar je nadien zwaarder aan tilde dan op het moment zelf? Bijvoorbeeld omdat je achteraf beter de de impact besefte, of hoe onterecht het was? Als je nu in de richting gaat bewegen van vergeven: voel je je vrij om daar op terug te komen wanneer je later tot de conclusie komt dat er toch iets onvergeeflijk aan is?
  • Welke stappen zou je zetten als je in de richting van vergeven zou gaan?
  • Welke vorm zal herinneren krijgen als je in de richting van vergeven zou gaan?
  • Welke vorm zal herinneren krijgen als je in de richting van niet-vergeven zou gaan?
  • Zou vergeven of gedeeltelijk vergeven een last voor jou met zich meebrengen?
  • Wat verwacht jouw omgeving van jou in termen van vergeven of niet?

Vriendelijke groeten,
Johan Van de Putte

Nieuwsbrief

Een mailtje na een nieuw artikel?

Schrijf je uit wanneer je wil. Powered by ConvertKit

Nieuwsbrief

Een mailtje na een nieuw artikel?

Schrijf je uit wanneer je wil. Powered by ConvertKit

Deze website gebruikt cookies. Door verder te surfen op deze website accepteer je het gebruik van cookies.  Meer info