Hoe collaboreer je als hulpverlener niet met een slinks systeem van sociale controle?

Stel: met de kennis en het perspectief van de huidige tijd, keer je als hulpverlener terug in de tijd. Naar 60 jaar geleden. We zijn in 1956. Philip consulteert je. Een 16-jarige jongen van katholieke huize. Probleem? De persoon schaamt zich dood. Hij voelt zich slecht, diep-slecht. Hij is slecht. Hij heeft al vaak geprobeerd om er iets aan te doen. Niets lukt. Hij durft er met niemand over te praten. Kan jij hem helpen? Je bent zijn laatste hoop.
Wat is het probleem? Hij masturbeert. Het is gewoon verkeerd. Wil jij hem daar alsjeblief vanaf helpen!?
Wil jij aub je kennis over de menselijke psychologie, over gewoonten, over wilskracht inzetten hem van dit probleem te bevrijden? Of is het probleem hopeloos? Is het misschien een weerspiegeling van iets dieperliggend? Van een fundamentele zwakheid, verdorvenheid of onwaardigheid van de persoon?

Wat gaan we doen? Natuurlijk moeten we deze kwestie begrijpen binnen de cultuur waarin de jongen leeft. Er spelen opvattingen die als vanzelfsprekend beschouwd worden (die dus niet als opvattingen beschouwd worden maar als waarheden).
Ga jij je kennis en vaardigheden inzetten om tegemoet te komen aan de vraag van de persoon? Is dat de taak van een hulpverlener: kennis en vaardigheden inzetten om tegemoet te komen aan de vraag van de cliënt?
Mocht je dat doen, zou je dan collaboreren met de vertegenwoordigers van de katholieke kerk? Met hun machtsuitoefening? Met hun doelen?

Terug naar het heden. Er zijn niet zoveel pastoors meer. En ze zingen een toontje lager dan 60 jaar geleden. De kans is niet groot dat je geconsulteerd wordt door zo’n jongen.priest
Toch zijn er nog genoeg bronnen van schaamte.
Je wordt nu geconsulteerd door Stan. Die voelt zich falen als mens.
Niet omdat hij een morele richtlijn schendt. Maar hij voldoet niet aan iets dat in 2016 in zijn cultuur het statuut heeft van een norm. Van wat toch maar normaal is.
Als je in 1936 een beetje timide was of deed, dan werd dat gezien als bescheidenheid. In 2016 speelt een andere norm rond sociale vlotheid.
Geen morele norm. Hij wordt ook niet door autoriteiten opgelegd. Je wordt niet berispt. Maar je bevindt je nu in de sfeer van de ‘loser’. In 1936 kon je nog geen loser zijn. Dat bestond toen nog niet.
Nu wel.
Wat ga je doen als hulpverlener wanneer iemand jouw hulp inroept omdat die zich voelt falen om zich te gedragen op een manier die in zijn cultuur herkend wordt als normaal-vlot?
Ga jij je kennis en vaardigheden inzetten om tegemoet te komen aan de vraag van de persoon?
Mocht je dat doen, zou je dan collaboreren met een systeem van machtsuitoefening?

Een machtssysteem

Geen machtssysteem met autoriteiten.
Geen machtssysteem dat regels uitvaardigt en vermaningen en straffen uitdeelt.
Maar toch een systeem van sociale druk en controle.
Waarin bepaalde manieren van zijn/doen jou in de categorie van De Mislukkeling doen belanden. In een soort lagere mensen-kaste.
Mensen gaan een strijd aan met zichzelf om dit te vermijden.

Nee, er zijn geen pastoors van ’de vlotte omgangsvormen.’
Er bestaat ook geen vlotte-omgangsvormen-politie.
Maar… misschien zijn we allemaal pastoors en agenten van de vlotte omgangsvormen?
Telkens wanneer we erin slagen om een succesvolle ‘vlotte-omgangsvormen-opvoering’ neer te zetten.
En wanneer we dan stralen van ‘slagen-als-mens.’
Van het omgekeerde van ‘loser-schap.’
Elke opvoering bevestigt misschien wel de geldingskracht van de norm, voor onszelf en de omstaanders.
En ook wanneer we ons voelen mislukken en we tegen onszelf tekeer gaan en onszelf proberen te veranderen.
Ook wanneer we anderen en onszelf plaatsen op een schaal van vlotheid: ‘sociale jongen’, ‘niet zo sociaal’,…

Zo participeren we allemaal in een systeem van sociale controle.
Een systeem dat druk uitoefent.
Dat mensen probeert te boetseren in de richting van een ’normale’ sociale ‘vlotheid’.
We proberen onszelf en elkaar te boetseren, te managen, te beheren.

Een machtssysteem dus.
Zo keek Michel Foucault ernaar. De Franse filosoof, met zijn sterke en eigenzinnige belangstelling voor geschiedenis, bv die van straf, van sex, van waanzin.Michel Foucault
Niet een traditioneel machtssysteem met een herkenbaar machtscentrum, met druk van boven naar beneden.
Maar een modern machtssysteem dat mensen aanmoedigt om actief te participeren in het oordelen over hun eigen en andermans leven volgens bepaalde normen.
Geen morele normen.
Maar ‘volwaardigheid-als-mens-normen.’
Dus als je iets doet of laat waardoor je onder zo’n norm blijft, kom je in een sfeer terecht van een zekere onbekwaamheid, abnormaliteit, ontoereikendheid, incompetentie, hopeloosheid, ongeschiktheid, tekort, imperfectie, waardeloosheid.
En over die norm wordt niet gestemd.
Die heeft een vanzelfsprekend karakter.

Machtstechnieken: schalen en evaluatiepraktijken

Als je de uitoefening van macht bestudeert, dan moet je ook kijken naar de technieken die gebruikt worden om macht uit te oefenen.
Als je een museum bezoekt van middeleeuws foltertuigen, dan zie je enkele elementen van de machtstechnologie uit die tijd.
Hoe zit dat nu met die moderne machtssystemen? Welke technieken gebruiken die?

Volgens Foucault hebben wetenschappelijke disciplines als criminologie, geneeskunde/psychiatrie, psychologie en maatschappelijk werk een sleutelrol gespeeld in de ontwikkeling van de technologie van moderne macht.
Daar zitten weliswaar geen foltertuigen in ?.
Maar deze disciplines hebben een waaier aan schema’s en schalen voortgebracht.
Schalen van normaliteit/abnormaliteit. gauss
Prestatietabellen.
Schalen om de rang te bepalen van elke denkbare menselijke expressie.
En formules om mensen te rangschikken tegenover elkaar.

Ze hebben ook evaluatiepraktijken in de wereld gebracht waarmee mensen hun leven opgenomen wordt in deze schema’s, schalen, tabellen en schalen.
Zo vinden we ons leven en allerlei levensexpressies voortdurend geplaatst in een waaier van tabellen en schalen: in verhouding tot anderen en tot wat als normaal beschouwd wordt. Dit ‘normale’ krijgt norm-kracht.

En hierdoor worden we ertoe aangezet om eraan te werken om de kloof te dichten.
Welke kloof?
De kloof tussen
* waar we staan en
* de mensidealen die voortgebracht worden door de normen.

Deze idealen weerspiegelen

hedendaagse normen (in een bepaalde cultuur/subcultuur) over wat het betekent om een geslaagd mens te zijn.

We worden er dus toe aangezet om actief te participeren aan het oordelen over ons eigen en andermans leven volgens deze idealen.
We oefenen toezicht uit over ons eigen en andermans leven.
Er is geen pastoor of politie nodig om onszelf te voelen falen als mens.
En om anderen te zien in hun falen-slagen.
En om een druk te ervaren om onszelf te veranderen. En anderen.
En om veeleisende mentale gymnastiek te beoefenen om dit voor elkaar te proberen krijgen.

De schalen en de evaluatiepraktijken van de psychologie/psychiatrie/criminologie/maatschappelijk-werk behoren al lang tot de brede populaire cultuur.
Ze hebben een vanzelfsprekend karakter gekregen. We zien die zelfs niet als machtstechnieken en -praktijken.

Panopticon

Foucault haalt het Panopticon aan.
Dat was een architectonische vondst van Jeremy Bentham.
Eén waarmee je goed groepen kan disciplineren, bewaken, bestuderen, vergelijken en verbeteren.
Stel je voor: een gebouw dat bestaat uit een toren. Daarrond: een ring van cellen. Elke cel heeft 2 ramen: één naar buiten en één naar de toren toe.
In de toren kan een toezichter zitten. Die kan van daaruit de bewoners zien.
panopticon
De celbewoners weten dat ze gezien kunnen worden.
Dat is voldoende om een grote vorm van beheersing te realiseren.
Er moet zelfs geen toezichter zijn: het idee alleen dat je bekeken kan worden, is voldoende.
Bentham was erg enthousiast over deze vondst. Hij zag er veel mogelijkheden in: voor gevangenissen, scholen, ziekenhuizen en werkplaatsen.
Dus gewoon zichtbaar zijn. Beoordeeld kunnen worden (volgens bepaalde normen). Dat is genoeg. Is dit geen mooi stukje toegepaste machtstechnologie?

Een man consulteerde me nav oa neerslachtigheid, gebrek aan energie, sombere gedachten. Ik vroeg hem naar levensomstandigheden die hierbij misschien een rol gespeeld hadden. Hij vertelde dat hij al decennia werkte voor een bedrijf. Dit bedrijf was enkele jaren eerder overgenomen door een ander bedrijf. Dat had een nieuwe praktijk ingevoerd. Elke vrijdag kreeg iedereen nu een email. In die email stonden de medewerkers gerangschikt tov elkaar. In termen van hun productiviteit. Slim.

Ik begrijp het zo: de schalen en evaluatiepraktijken werken op zo’n manier dat we ons bekeken, beoordeeld, gemeten, vergeleken voelen (zelfs in afwezigheid van een kijker in de toren).

Zoals een kapper kapt en een bakker bakt

Terug naar Stan. Die haalt een bepaalde norm niet. Die norm verwijst naar een mensideaal. Een mensideaal waar druk op zit.
Dit tast zijn ervaring van zijn identiteit aan. Hij voelt zich een loser.
Wat gaan we nu doen?

  • Gaan we verkennen in welke mate er sprake is van sociale angst?
  • Schiet hij tekort op het gebied van zelf-acceptatie? Of zelf-compassie?
  • Zit hij teveel ‘in zijn hoofd?’
  • Mist hij sociale vaardigheden?
  • En wat met zijn hechtingsgeschiedenis? Zit daar iets?

Schalen. Evalueren. En vervolgens de kloof overbruggen? Misschien is er wel een geschikt behandelingsprotocol?

Zoals een kapper kapt en een bakker bakt, zo zet de hulpverlener zijn analysetools en veranderingstechnologie in. Niet?

Maar hoe kunnen we hulp verlenen zonder kritiekloos te collaboreren?

Als we nu eens niet kritiekloos zouden collaboreren met een machtssysteem dat druk zet in de richting van een willekeurig mensideaal/identiteitsideaal/levensideaal dat op dit moment de wind mee heeft?
Een ideaal dat door de (sub)cultuur als belangrijk naar voor geschoven wordt. Bevorderd. Gevierd. Als normen/idealen die ertoe doen als je een succesvol/waardevol leven wil leiden.
Als je een waardevol subject wil zijn in een bepaalde (sub)cultuur.

‘Word/doe zo of je bent een loser.’ (een loser-mens, een loser-vrouw, een loser-vader, een loser-psycholoog, …).

Dit soort druk, is stoten onder de gordel.
En des te meer omdat dit machtssysteem zo onzichtbaar werkt. Er is geen makkelijk identificeerbare ‘dader.’
Dus: hoe moeten we dit nu aanpakken?

Stan en zijn identiteitsproject

Iets moet nu nog scherper in het vizier komen:

De idealen/normen die ons dreigen te overheersen, gaan over identiteitsprojecten.

Als deze idealen/normen zouden kunnen spreken, dan zouden ze zeggen:

‘Maak er werk van om een bepaald soort persoon te worden.’
‘Boetseer een bepaald soort leven.’

We worden erdoor aangezet om een identiteitsproject op te nemen.
Ons engagement wordt geworven in een identiteitsproject.
Alleen wordt er onder de gordel gestoten omdat je waarde als mens op het spel gezet wordt.

Stan.
Er wordt hem een identiteitsproject opgedrongen rond sociale vlotheid.
Daar zit drang rond. Stan voelt die druk.
Er wordt onder de gordel gestoten.
Hij voelt zich falen als mens.

Maar wacht eens!

Zou het kunnen dat het machtssysteem dat Stan wil kneden in de richting van een bepaald soort sociale vlotheid daar niet in slaagt omdat Stan iets heeft met een alternatief identiteitsproject? Enfin, iets? Misschien wel meer dan iets?

Stel:
Stan vindt het belangrijk om de ruimte van anderen te respecteren. En er is iets met dat sociale-vlotheidsproject dat daar geen rekening mee lijkt te houden.
Of Stan ervaart soms iets kostbaar in relatie tot anderen. En de ervaring daarvan lijkt hem in het gedrang te komen bij opvoeringen van sociale vlotheid.

Dat wat belangrijk of kostbaar is voor Stan: dat is een ander identiteitsproject dan sociale vlotheid.pub
Dit spreekt hem aan. Dit wil hij niet kwijt spelen. En wanneer hij dit probeert aan de kant te schuiven, lukt hem dat niet.
Misschien wil hij zijn leven en zijn identiteit wel meer in deze vorm boetseren?

Je zou nu kunnen opwerpen: ’Maar waarom zeurt hij dan over dat niet-vlot zijn? Waarom heeft hij dan niet besloten om zijn niet-vlotheid te aanvaarden? Waarom zegt hij niet: ‘you can’t have it all. Ik leg me er gewoon op toe om de mens te zijn die gevoeligheid en respect opbrengt voor de anderen’?
Waarom? Omdat hij nog nooit de ruimte gekregen heeft om betekenis te geven aan dit identiteitsproject.
Om er woorden aan te geven.
Om stil te staan bij de beelden die hier bij passen.
Om te onderzoeken wat hij doet en hoe hij in het leven staat wanneer hij meer voeling heeft met dit identiteitsproject.
Om de sociaal-relationele geschiedenis van dit project te onderzoeken.
Om zich hierrond te verbinden met mensen.
Om te onderzoeken hoe hij hier meer expressie aan zou kunnen geven.

Zo komen we ineens bij iets belangrijk dat wij als hulpverlener kunnen doen: hier ruimte voor creëren.
En we kunnen nog iets doen: Stan helpen om de druk in het vizier te krijgen. Hoe die werkt en wat hij al allemaal gedaan en geprobeerd heeft om er aan tegemoet te komen. Hoe deze verwachtingen gecommuniceerd worden.

We kunnen Stan ruimte bieden om de 2 identiteitsprojecten in het vizier te krijgen. Op een rijke manier.

Identiteitsprojecten in het vizier

Hoe kunnen we identiteitsprojecten onderzoeken?
Wat voor vragen kunnen we ons erover stellen? Zowel over identiteitsprojecten die overheersend zijn in een bepaalde cultuur en context, als alternatieve.
Hier zijn enkele dimensies:

  • Wat is het doel binnen dit identiteitsproject? Naar wat voor leven wordt gestreefd? Wat voor mens probeert men te worden? Bv
    • Een gezond leven?
    • Een fit mens?
    • Een professioneel psycholoog?
    • Zuiver zijn?
    • Zoveel mogelijk genieten?
    • Verlichting?
    • Onsterfelijkheid?
    • Zelfbeheersing?
    • Een leven van verbondenheid?
    • Zelfverwezenlijking
  • Wat vraagt dit identiteitsproject concreet van ons? Hoe moeten we op onze gedachten inwerken? Wat moeten we doen/laten? Hoe moeten we ons lichaam behandelen? Wat voor woorden moeten we spreken? Hoe moeten we omgaan met anderen? Bv
    • Als fit zijn een identiteitsproject is, dan moet ik bv mijn lichaam onderwerpen aan oefeningen.
    • Als ik een psycholoog wil zijn die herkend wordt als professioneel door collega’s, dan moet ik bepaalde woorden gebruiken wanneer ik een verhaal vertel over de mensen die me consulteren. En dit vraagt dat ik bij de ontmoetingen met de mensen door een bril kijk van bepaald concepten.
    • Als ik onsterfelijk wil worden, moet ik zondige gedachten, gevoelens en gedragingen betrappen, bekennen en er vergiffenis voor vragen.
    • Als ik zelfvertrouwen wil bereiken, moet ik twijfels bestrijden en vervangen door positieve gedachten.
    • Als ik aandachtsvol en niet-oordelend wil leven, moet ik letten op momenten van het omgekeerde en oefenen met accepterende aandacht.
  • Waarom moet/zou men dit identiteitsproject opnemen? Over wat voor soort ‘moeten’ of ‘willen’ gaat het hier? Bv
    • Omdat god dit verlangt?
    • Of omdat het nu eenmaal iets is dat een (psychologisch) gezond mens doet?
    • Of omdat de gemiddelde mens dit doet?
    • Of omdat het gepromoot wordt door een persoon met aanzien?
    • Of ervaart men het als een persoonlijke overtuiging?
    • Is het iets dat men als kostbaar ziet?
    • Omdat veel mensen hierin geloven?stiptheid
  • Op welke manier worden mensen gewezen op het doel binnen dit identiteitsproject? Of op wat men moet doen om het doel te bereiken? Bv
    • Het preken door de priester.
    • Foto’s (bv waar mooie mensen gelinkt worden met een bepaalde levensstijl).
    • Door het onzichtbaar en ongezegd laten zijn van het alternatief.
    • Door informele vragen.
    • Door het voorbeeld van anderen.
  • Welke dimensie of welk aspect van onszelf is extra belangrijk binnen dit identiteitsproject? Bv
    • Moed?
    • Begeerte?
    • Kernkwaliteiten (die bv moeten herkend en ontwikkeld worden)?
    • Kwetsbaarheden (die bv moeten getransformeerd worden in krachten)?
    • Echtheid?
    • Gevoelens van (on)zekerheid?
    • Gedachten?

Met dit in het achterhoofd kunnen we samen met onze gesprekspartners de relevante identiteitsprojecten verkennen: zowel degene die hen dreigen te overheersen, als de alternatieve.
We kunnen samen kijken

  • Waarin mensen zich voelen falen,
  • Waar deze verwachtingen vandaan komen,
  • Wat deze verwachtingen van hen eisen,

maar ook:

  • Met welke alternatieve identiteitsprojecten ze misschien wel iets hebben (of meer dan iets).

 

Ben je geïnteresseerd in een pdf met wat vragen waarmee je dit kan exploreren? Klik dan HIER.
(Je krijgt dan de pdf nadat je je email opgegeven hebt. Je krijgt dan ook maximaal 1 x per maand een email van me als er een nieuw artikel staat op dit blog. Wil je dat niet, dan kan je je eenvoudig uitschrijven bij de eerstvolgende email die je van me krijgt.)

 

Op deze manier:

  • vermijden we om ongewild te collaboreren met een machtssysteem dat bepaalde levens en identiteiten naar voor schuift als norm en
  • empoweren we de mensen die in de verdrukking gekomen zijn door deze machtsoperaties om
    • hiernaar te kijken (ipv er enkel door gedreven te worden),
    • om er een positie tegenover in te nemen, gebaseerd op wat voor hen belangrijk is.

En dan kunnen wij bijdragen wat we bij te dragen hebben.

Johan Van de Putte

 

PS
Ik vind het erg interessant om te kijken naar de ervaring van ‘falen als mens.’
Wanneer ons dit gevoel bekruipt.
Wanneer we ons voelen falen als mens, man/vrouw, partner, kind, vader/moeder, hulpverlener, …
En welke normen/idealen dan opspelen.
En ook hoe dat machtssysteem werkt met schalen en evaluatiepraktijken.
En hoe weerloos we daar vaak tegenover staan.
Dat we daar lekker aan meedoen.
Enfin: lekker…

PPS
Dit artikel is geïnspireerd op een artikel van Michael White (2004): Addressing personal failure. Uit ‘Narrative practice and exotic lives. Resurrecting diversity in everyday life,’ Adelaide: Dulwich Centre Publications.
En op de workshop die ik hier pas over gegeven heb.

PPPS

In een eerder artikel – ‘Je als een professional voelen in de GGZ?‘ – speel ik een beetje met het identiteitsproject van de ‘professionele hulpverlener’. Ik beschrijf er met een scheut ironie hoe je dit identiteitsproject best aanpakt.

Nieuwsbrief

Een mailtje na een nieuw artikel?

Schrijf je uit wanneer je wil. Powered by ConvertKit

Nieuwsbrief

Een mailtje na een nieuw artikel?

Schrijf je uit wanneer je wil. Powered by ConvertKit

Deze website gebruikt cookies. Door verder te surfen op deze website accepteer je het gebruik van cookies.  Meer info