[Als je liever luistert naar dit artikel, klik dan HIER]
[Dit artikel is gesampeld: dwz ik heb stukjes uit ‘De ontdekking van kwaliteit’ van Andries Baart genomen om er een artikeltje mee samen te stellen.]
 
Wie de presentiebenadering kernachtig wil uitdrukken kan het zo proberen:
 
Aansluiten en afstemmen.
 
Da’s gebald.

Aansluiten bij ‘het thema’

Andries Baart omschrijft aansluiten als
 
de beweging van buitenaf naar de ander toe, naar iemands thema.
 
(of plek, ritme, verlangen, …)
 
Met dat thema wil je voeling krijgen.

Thema?

Hoe vind je nu dat ’thema’? (die thema’s)
 
Presentiewerkers laten zich leiden door 2 vragen:
 

Wat staat er voor hem/haar op het spel?

 
Dit gaat over wat voor iemand (enorm) belangrijk is.
 
Over dat wat ‘vaak een drijvende kracht is achter waarom mensen doen wat ze doen, ook al lijkt het raar, krom en onbegrijpelijk’.
 
(= citaat van Elly Beurskens)
 
Een tweede vraag:
 

Wat is op dit moment haar/zijn (grootste) opgave?

 
Opgave?
 
Met ‘opgave’ wordt bedoeld:
 
een bezorgdheid die hier en nu weegt op iemand, waar die de handen mee vol heeft, een worsteling die iemand nu in beslag neemt.
 
(Bij voorbeeld: ‘hoe vermijd ik dat ze me met een kluitje in het riet wegsturen?’, ‘hoe vermijd ik dat ze weer gaan denken dat ik …?’, ‘ze gaan me toch weer niet die medicatie geven waardoor ik in een zombie verander!?’ …)
 
Deze 2 vragen richten onze neuzen op een of meer belangrijke thema’s.
 
(Wat iets anders is dan ‘klachten’, ‘problemen’, ‘hulpvraag’, ‘diagnose’, …)

Voeling + een besluit

Dus: ‘aansluiten’ bij wat op het spel staat voor iemand of bij de bezorgdheid die haar op dat ogenblik zo urgent bezighoudt, betekent dat je daar voeling mee wil krijgen.
 
Maar het gaat verder dan dat.
 
Je neemt ook een besluit:
  • dit gaat mij – als professional – aan,
  • ik maak mezelf hiervoor beschikbaar,
  • hier ligt een taak voor mij,
 
want
 
  • dit is belangrijk voor haar,
  • ik wil relevant zijn voor haar.
 
(Zélfs al wijkt dit af van mijn idee over waar ik me als professional zou moeten op richten.)
 
Dus: Aansluiten = ja-zeggen tegen het belang van wat zo op het spel staat of zo urgent aanvoelt voor de ander(en)

Aansluiten <=>

Aansluiten is niet: ja-zeggen op elke vraag van de zorgontvanger.
 
Aansluiten is zeker niet: werken vanuit een vast activiteitenprogramma, met voorgeprogrammeerde doelen en methodieken.

Lastige cliënten

 
Hoe lastiger de zorgontvanger,
 
hoe onbegrijpelijker zijn gedrag,
 
hoe gevaarlijker de cliënt,
 
hoe groter de verwarring,
 
des te meer is het zaak zijn thema te vinden:
 
waar gaat het allemaal over, wat zoekt hij, waarop is hij uit?
 
Daarom is ‘aansluiten en afstemmen’ onmisbaar, altijd al maar hier wellicht eens te meer.
 
Een andere toegang tot de zorgontvanger is er niet:
 
  • dichtbij komen,
  • aandachtig kijken,
  • uitzoeken
    • wat zijn perspectief en logica zijn,
    • welke betekenis hij hecht aan de dingen, de mensen, zijn verleden, zijn eer enzovoort
    • wat hij voor zich ziet als een nastrevenswaardig goed, een verbetering,
    • wat zijn belangrijkste verlangen of grootste vrees is.
 
Ervoor zorgen dat de zorg dáárbij aansluit en geen lijden toevoegt.
 
(Andries Baart)

Afstemmen: deel 1

Zodra het aansluiten plaatsvindt of plaatsgevonden heeft – en dat gebeurt steeds in stukjes en je bent ook vaak niet zeker of je de dingen wel goed aanvoelt – kunnen we de zorg (hopelijk) beter afstemmen op de ander.
 
Afstemmen van zorg: waar gaat dit over?
 
Nu ik weet ‘wat er zo toe doet voor deze persoon’
 
  • wat kan er nu (niet) gebeuren?
  • vooral: hoe kan dat gebeuren? hoe moet het zeker niet gebeuren?
  • met wie?
  • wat kan de rol van de professional hierbij zijn?
 
Hoe‘ men doet wat men doet wordt in eerste instantie bepaald door
 
  • wat de kwestie voor de ander(en) blijkt te betekenen (‘blijkt’ want dat leer je maar gaandeweg) in het licht van hun geschiedenis, hun in-de-wereld-staan, hun gevoeligheden,
  • wat voor de ander(en) een ‘goed’ blijkt te zijn of worden.

(Want wat ‘goed’ is voor de ander, en dus na te streven, dat weet je niet zomaar.)

Afstemmen: deel 2

Er is echter in het afstemmen nog een stuk.
 
Of eerder: nog een beweging.
 
Er is nl. ook de invloed die uitgaat van de presentiewerker:
 
  • wat lijkt hem (niet) wijs?
  • wat kan zij (wel/niet)?
 
Het ‘afstemmen’ (of ‘aansluiten en afstemmen’) is een zoekproces dat heen en weer gaat.
 
Er worden dingen ingebracht vanuit de kant van de zorgontvanger én van de zorggever.
 
De zorggever denkt en zoekt mee.
 
Zij geeft aan waar wat haar betreft de grenzen liggen.
 
Hij zegt wat succesvol zou kunnen zijn en wat een ongelukkig idee lijkt te zijn.

zgor … rogz … grzo … zorg, rgoz … zrog …gzor … zorg, …

In zo’n relationeel proces van afstemmen,
 

in een steeds opnieuw antwoorden op wat zich aandient,

in een voort-durend leren door de betrokken partijen over wat (niet) goed is en (on)haalbaar is

 
krijgt zorg stap voor stap vorm,
 
én
 
wordt zorg stap voor stap her-vormd.

Niks geen gladdigheid (1)

Niks geen glad toepassen wat voorhanden is.
 
Wel
  • samen optrekken,
  • goed kijken,
  • een precaire en lange worsteling met elkaar,
  • een proces 
    • van naderen, aanhalen, begrenzen en niet verlaten;
    • van jezelf als professional inbrengen en tegelijk op de achtergrond houden,
    • van een route kiezen en desnoods almaar bijstellen en op je schreden terugkeren.

Niks geen voortdurende harmonie (2)

Niks geen voortdurende harmonie.
 
Er wordt soms gevochten (metaforisch gesproken) in dat proces van afstemmen.
 
De beide partijen zitten elkaar op de huid.
 
En even goed is er hartelijkheid.
 
Vriendelijke groeten,
Johan Van de Putte
 
 

Nieuwsbrief

Een mailtje na een nieuw artikel?

Schrijf je uit wanneer je wil. Powered by ConvertKit